Rekenen in het voortgezet onderwijs

Het aanbod richt zich op rekenen als apart onderdeel en rekenen bij wiskunde (vaak in combinatie met bijles wiskunde).

Bij de meeste kinderen die in het voortgezet onderwijs problemen hebben met rekenen, was rekenen in de basisschool al een minder sterke kant. Als in het basisonderwijs de fundering niet goed gelegd is, blijft rekenen in het vervolgonderwijs en in het dagelijks leven een wankel onderdeel.

Rekenprobleem in kaart brengen

Een goede start is belangrijk.

Zijn de rekenproblemen nieuw? Waren er rekenproblemen in het basisonderwijs? Mis je kennis en vaardigheid op leerstofonderdelen? Zo ja, welke?

Als je het zelf niet zo goed weet is het verstandig dat we enkele opdrachten en testjes uitvoeren om precies te achterhalen welke leerstofonderdelen je wel en welke je niet goed beheerst.

Bij ‘Werkwijze’ lees je alle stappen van aanpak.

Samen stellen we een werkplan op om tot succes te komen.

Speciale aandacht kan uitgaan naar rekenfaalangst, verzorging van het werk en/of (gediagnostiseerde) dyscalculie.

 

Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) heeft voor rekenen eindtermen geformuleerd waaraan het leerniveau van kinderen aan het einde van een bepaalde onderwijsvorm zou moeten voldoend Dit noemen we referentieniveaus.

 

Accenten in het rekenonderwijs: 

Vmbo-bbl en vmbo-kbl:

Start in het bereiken van referentieniveau 1F, vervolgens uitbouwen naar 2F

  • verder ontwikkelen van begripsvorming:
    • nieuwe kennis op basis van inzicht in het domein 'getallen en bewerkingen'
    • de domeinen 'verhoudingen' en 'meten en meetkunde' op referentieniveau 1F brengen en vervolgens verder ontwikkelen
    • het domein 'informatieverwerking' verder ontwikkelen
  • ontwikkeling van procedures:
    • ontbrekende standaardoplossingsprocedures opsporen
    • zoeken naar oplossingsmanieren die passen bij de leerling
  • vlot leren rekenen:
    • regelmatig systematisch oefenen in vlot rekenen door sommen te maken
    • het vlot kunnen rekenen onderhouden door het functioneel te gebruiken (gericht op praktijktoepassingen en/of in combinatie met andere vakken)
  • flexibel toepassen:
    • probleemoplossend denken, gericht op de directe praktijk
    • rekenstappen zelf kunnen maken en kunnen uitleggen.

 

Vmbo-gl en vmbo-tl:

Start in het herhalen van referentieniveau 1F, vervolgens uitbouwen naar 2F

  • verder ontwikkelen van begripsvorming:
    • nieuwe kennis op basis van inzicht in het domein 'getallen en bewerkingen'
    • de domeinen 'verhoudingen' en 'meten en meetkunde', voor de zwakkere rekenaars op referentieniveau 1F brengen en vervolgens, verder ontwikkelen
    • het domein 'informatieverwerking' verder ontwikkelen
  • ontwikkeling van procedures:
    • (leren) hanteren van procedures op basis van begrip
    • maken van berekeningen op papier en uit het hoofd, op basis van eigenschappen van en relaties tussen getallen en bewerkingen
  • vlot leren rekenen:
    • regelmatig systematisch oefenen in vlot rekenen door sommen te maken
    • het vlot kunnen rekenen onderhouden door het functioneel te gebruiken (gericht op praktijktoepassingen en/of in combinatie met andere vakken)
  • flexibel toepassen:
    • probleemoplossend denken, gericht op dagelijkse situaties
    • samenhang en verbanden zien tussen bijvoorbeeld breuken, decimale getallen en procenten, structuur van het metriek stelsel doorzien, en eigenschappen van bewerkingen begrijpen
    • zelfstandig en in samenwerking met anderen complexe rekenopdrachten oplossen, waarbij meerdere denkstappen gezet moeten worden
    • uitleggen wat de denkstappen zijn.

 

Havo en vwo:

Start met referentieniveau 2F, vervolgens uitbouwen naar 3F

  • verder ontwikkelen van begripsvorming:
    • aandacht voor rekenen met inzicht
    • opsporen van 'trucmatig' rekenen
  • ontwikkeling van procedures:
    • hanteren van procedures op basis van begrip
    • maken van berekeningen op papier en uit het hoofd, op basis van eigenschappen van en relaties tussen getallen en bewerkingen
  • vlot leren rekenen:
    • regelmatig systematisch oefenen in vlot rekenen door sommen te maken
    • het vlot kunnen rekenen onderhouden door het functioneel te gebruiken (gericht op toepassing in andere vakken)
  • flexibel toepassen:
    • zelfstandig en in samenwerking met anderen, complexe rekenopdrachten oplossen, waarbij meerdere denkstappen gezet moeten worden
    • samenhang en verbanden zien tussen bijvoorbeeld breuken, decimale getallen en procenten, structuur van het metriek stelsel doorzien
    • eigenschappen van bewerkingen begrijpen en daarvan gebruik maken bij het uitvoeren en controleren van berekeningen
    • uitleggen welke stappen gemaakt worden.